Updates

* Juni 2010 versie 6 online.

Welkom

Nieuwerkerken is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van de stad Aalst.
Nieuwerkerken heeft een oppervlakte van 7,28 km² en telde op 01/01/2011 5930 inwoners (man:2912)(vrouw:3018).



GEMEENTE GESCHIEDENIS

Bron: folder uitgegeven door de gemeente Nieuwerkerken + boek Nieuwerkerken in oude postkaarten foto's en documenten

Nieuwerkerken, in de 14de eeuw eigendom van de familie "de Liedekerke" werd in 1690 verkocht aan
Karel-Frans Peeters, heer van Westergem.
Vervolgens kregen de leden van de familie de Coninck Nieuwerkerken in hun bezit.

De parochien vormde een wijk van de stad Aalst onder de benaming "Praterij" en stond onder het rechtsgebied der schepenen van Aalst.

De kerk werd gebouwd in 1457/58 is toegewijd aan de H Leonardus. In 1772 werd de toren afgebroken en de kerk verhoogd. In 1824 werden te Aalst nieuwe klokken aangekocht.

In vorige eeuwen lagen verschillende leengoederen en pachthoeven verspreid over de gemeente. Op de heerlijkheid "Regelsbrugge" na zijn ze alle verdwenen. Van sommige is de naam overgedragen op nog bestaande wijken, zoals: Het goed van Edixvelde - het goed Ten Broeck - het hof Pijpenbeke (15e eeuw) het hof te Laere.

Het wapenschild dateert van 1840 - stelt de kerk voor en 3 gehelmde hoofden - symboliseert de dragonders die ten tijde van Napoleon de gemeente uitkamden op zoek naar deserteurs.

Vroegere benamingen:
Oudtijds Nieukerke (latijn : Nova Ecclesia)
In 1378 Nuwerkerken
In 1396 Nucappelle bij Aalst
In 1479 Nieuwerkerken

Grenzen:
Noord: Erpe, Aalst
Oost: Aalst, Erembodegem
Zuid: Haaltert
West: Erpe-Mere

Afstand tot Nieuwerkerken:
3 km van Aalst
16,5 km van Dendermonde
26 km van Brussel
25 km van Gent

Hoogste punt: +- 45 m ten Z.W.
Laagste punt +- 18 m ten N.O.
Oppervlakte: 728 ha 89 aren

Burgemeesters

1797-1807 C Roelandt
1808-1812 J.B.J. Van Der Gucht
1813-1820 Eg Van Boterdael
1821-1829 Jan Rogier De Wapenaert
1830-1841 J.-B. Roelandt
1842-1845 Bernard Van Landuyt
1846-1851 Jacob Van Nooy
1852-1860 Joost Callebaut
1861-1870 Karel-Jozeph Baeten
1871-1872 Karel-Lodewijk Callebaut
tot 1875 was er geen burgemeester

1875-1910 Karel-Jozeph Baeten
1911-1941 Louis Callebaut
1942-1943 Jozef Daem
1944-1946 Louis Callebaut
1947-1952 Arsene Van Landuyt
1953 Joseph Roelandt gedurende 1 maand
1953-1957 Alexis De Sloover
1958-1969 Theo Meuleman
1970-1975 Edgard Hooghuis
vanaf 1976 fusie met Aalst


Kasteel van Regelsbrugge

Bron: Wikipediahttp://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_van_Regelsbrugge

Op de grens tussen Aalst en deelgemeente Nieuwerkerken staat het kasteel van Regelsbrugge, ook wel het kasteel van Schotte genoemd. De naam Regelsbrugge verwijst naar een kleine brug uit het jaar 1395.

De heerlijkheid van Regelsbrugge was een voornaam leen van Nieuwerkerken, en was 30 hectaren groot. Over het ontstaan en de oudste vormgeving tast men in het duister. Rond 1795 werd het kasteel grondig verbouwd door toevoeging van een verdieping waardoor de slanke torens hun sierlijke elegantie verloren. In 1878 werd een van de zijvleugels afgebroken. Vroeger hing er ook een klok in één van de torens. Men noemde ze de "pattatterklok" en werd geluid bij Sint-Jobkermis of andere feesten.

Het kasteel werd in 1933 afgebroken op bevel van de heer Schotte. Hij liet er een nieuw kasteel opzetten dat werd opgetrokken in neotraditionele stijl. Alleen de torens zijn ongewijzigd herbouwd.

Etymologie

Bron: Eddy Kymolen waarvoor dank.

Verklaring van de oorsprong van woorden betreffende de wijken:

- Laar: vroeger een wijdverspreid begrip (zie Laarne, Becelare, Laren, ...); nu haast verdwenen uit het collectieve geheugen, vanwege de verdwijning van het fenomeen: een open plek in het bos.

- Broek, Larenbroek: idem. Voorzover het fenomeen nog voorkomt, wordt het tegenwoordig aangeduid door "moeras" (van het Frans "marais". Zie in Brussel: rue du Marais - Broekstraat). Is dus gewoon een moerassig gebied. De Larenbroek is dus een moerassig gebied in een open plek in het bos. Zie een stukje Wellemeersen, te zien vanop de trein Denderleeuw-Aalst.

- Den Berg ("dem Beirg"): eigenlijk "Ten Berg" (="te den berg"). Dichterlijke overdrijving door de bevolking van een plat land. Alles wat een beetje boven de vlakte uitstak, was al snel een berg. In het geval van Den Berg gaat het niet eens over een verhevenheid, maar eerder over een diepte. Beken en rivieren ontstonden uit bronnen en stroomden langzaam over een brede strook, tot ze hun min of meer definitieve bedding vonden. Die stroken worden in de aardrijkskunde alluviale vlakten genoemd (zie op de brug van de autosnelweg in Erembodegem die de Dender overspant, aan de linkerkant de helling aan de Dender. Zie de Molenstraat in Aalst, die "stijgt", maar eigenlijk naar beneden toe loopt.)De eigennamen Van den Berg (en alle varianten daarop), Van den Heuvel en Van Huffel zijn dus synoniemen; en omdat men het verband niet meer zag, ontstond "Van Nuffel" als administratieve fout: de "h" van "huffel" werd niet meer uitgesproken en men zag het verband niet meer met een "heuvel", een nieuw woord dat ons uit andere nederlandstalige gewesten was komen overwaaien.

- Dries: vroeger ook wijdverspreid; vrijwel elke gemeente heeft een wijk van die naam; Nieuwerkerken heeft er drie (Dries, Kleinendries, Zurendries). Wordt gewoonlijk uitgelegd als "gemene gronden", dus gronden die gemeenschappelijk waren en door iedereen konden gebruikt worden. Dat klopt wel als uitleg, maar men slaat wel oorzaak en gevolg door elkaar. De gronden waren arm, wild, woest, "driest" en daardoor weinig interessant voor veeteelt of landbouw, waardoor ze gemeenschappelijk werden.

- De Plèsj: eigenlijk "te plèsj" (zie hierboven)=de (dorps)plaats, tegenwoordig vervangen door " 't 'èrp" (het dorp, waarbij in het dialect de t en de d in mekaars weg lopen en één klank vormen). Komt uiteraard in de meeste gemeenten voor, maar is meestal vervangen door het (nieuwe) dialectwoord voor "dorp". Zie de bekende "Platse" in St.Andries-Brugge, in de nabijheid van het Jan Breydel-stadion. Zie nog de oude vorm in "Kérremis te Plèsj". Interessant is ook om te merken hoe dialect evolueert en beïnvloed wordt door de algemene taal en naburige, overheersende dialecten (in ons geval het Aalsters, niet alleen door inwijking van Aalstenaars, maar vooral door schoolbezoek en uitgaan in Aalst). Tegenwoordig zouden we "de Plaats" in het dialect "de Plosj" noemen.

- De Réstert: eigenlijk "ter Heestert". Zie hierboven (huffel): de "h" werd niet meer uitgesproken en de betekenis van het dialect "(h)éster(t)" voor "heester" verdween. Men ziet het verband niet meer, zelfs niet als het evident is; daarom hoort men "kérremis te Restert" en niet het correcte "kérremis ter (h)éstert", alweer een oude vorm die bewaard gebleven is.

- dem Brèmt: plaats waar "brijmen" (bramen, brem) stonden.

- de Reid'nt: eigenlijk "ter heident" = op de heide. Zelfde volksetymologische verklaring als voor "Réstert".

- Edixvelde: ik zou het bij God niet weten. Die "edix" brengt me in de war. Voor wat het waard is: misschien moeten we de verklaring zoeken in het dialect "Esjvelje". Veld met essen (omzoomd)???

Administratie

Meer weten over: Bevolkingsregister, huwelijksaangifte, huisvuilophaling, adreswijziging aangifte,
overlijden en veel meer raadpleeg:
Het Aalsters online loket. U kan hier alle administratieve informatie met betrekking tot de stad Aalst
en het stadsbestuur terugvinden.

Nuttige telefoonnummers
Begraafplaats Nieuwerkerken: 053/ 73 25 82
E.H. Pastoor Jacques Lievens, Vlaamsegaaistraat 1 9320 Nieuwerkerken-Aalst
tel. 053 83 15 32, gsm 0478 29 63 05
Bibliotheek Nieuwerkerken: 053/ 73 28 81 Openingsuren: woensdag: van 15 tot 19 uur
Politie Nieuwerkerken: 053/ 73 27 97

Scholen:
-Edixvelde: 053/ 73 23 98
-Tolstraat 053/ 83 82 52

Compostmeesters Nieuwerkerken:
Julien Van den Broeke, tel. 053 83 77 74
Erik Van Landuyt, tel. 053 78 81 31

Centraal oproepnr. dokter van wacht: 053/82 05 05
Centraal oproepnr. apotheker van wacht 0900/ 10 500
zie ook: http://www.avlva.be/

Centraal oproepnr tandarts van wacht 053/ 70 90 95
Centraal oproepnr. dierenarts van wacht 053/ 78 13 04

Meer nuttige telefoonnummers en adressen kan u hier vinden

Straten

Opmerking: Googlemaps toont in Nieuwerkerken als zijstraat van de Schoolstraat de Ronsevaaldreef. Deze straatnaam bestaat niet in Nieuwerkerken, maar wel in Erembodegem!

Zeg het eens..

Alle velden zijn verplicht in te vullen!





 
This SlideShowPro photo gallery requires the Flash Player plugin and a web browser with JavaScript enabled.

Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk

Bron: Ewout Eckeman leerling Sint-Maarteninstituut te Aalst
Met dank aan Hans Keymeulen, leraar geschiedenis SMI- Aalst

 

De parochiekerk van Nieuwerkerken, voorheen toegewijd aan de H. Leonardus, toont als bouwwerk een grote verscheidenheid aan restanten uit verschillende bouwperioden. Ze ligt nu op een groot, vrij recent heraangelegd plein, voorheen het kerkhof.

Het oudst bewaarde gedeelte is de onderbouw van de toren, een oude vieringstoren, die nog voorzien is van de oude ondiepe kruisarmen uit de 14e eeuw. In beide zijmuren van deze kruisarmen was telkens een rond rosasvenster of “oculus” aanwezig. De zuidelijke oculus werd dichtgemetseld en is aan de buitenzijde aan het zicht onttrokken door het dak van de sacristie, maar staat aan de binnenzijde nog duidelijk afgetekend in het pleisterwerk. Het noordelijke raam werd omgebouwd tot een rondboograam, naar analogie van de 18e-eeuwse ramen van het schip.

In 1563-68 werd het oude koor vervangen door een gotische koorpartij van twee rechte traveeën en driezijdige sluiting. De aanzet van beide oude koormuren tegen de vieringstoren is nog aanwezig. Het nieuwe koor is gekenmerkt door grote glaspartijen voorzien van gotisch maaswerk. Merkwaardig is de grafnis die zich aan de noordzijde bevindt en die nu verscholen zit achter de 18e-eeuwse lambrisering.

In 1772 werd het oude schip vervangen door een nieuw driebeukig schip van vijf traveeën en een uitspringend gedeelte aan de westzijde, ter breedte van de middenbeuk. De bouwdatum van deze laatste fase is aangebracht boven het westportaal.

Het jaar 1760 op de zuidmuur van de sacristie verraadt de bouwdatum van dit fraaie bijlokaal, dat, evenals de sokkel van het schip, met grote zandsteenblokken is gebouwd.

Het exterieur van de kerk is verder gekenmerkt door baksteenmetselwerk met speklagen van natuursteen voor schip en toren, endoor aanwenden van natuursteen voor het laatgotisch koor.

Wie goed kijkt kan op de zuidmuur van de toren nog restanten zien van de oude zonnewijzer, die bij de jongste restauratie werd “weggerestaureerd”; Op 14 september 1997 werden opnieuw uurwijzerplaten op de vier zijden van de toren gemonteerd, zodat men weer kan vaststellen hoe laat het is in Nieuwerkerken, ook ’s avonds want het uurwerk is dan uiteraard verlicht. De installatie werd geautomatiseerd; de klok slaat de halve en volle uren, evenals drie maal daags het angelus.

Het driebeukig schip vertoont rondboogvormige scheibogen op Toscaanse zuilen, rondboogvensters in de zijmuren en bepleisterde koepelgewelven tussen gordelbogen.

Het koor vertoont een kruisriboverwelving op laat-gotische consoles, waarvan er één bewaard bleef aan de oost – en één aan de westhoek. De andere zijn, evenals de sluitstenen van de kruisribgewelven, verzwaard met een neoclassicistische decoratie uit de tweede helft van de 18e eeuw.

Het orgel is afkomstig uit de Aalsterse Sint-Martinuskerk. Het werd gebouwd in 1703 Door J.-B. Forceville en stond tot ca. 1758 op het koordoksaal opgesteld. Bij de bouw van het nieuwe orgel op westdoksaal door Pieter Van Peteghem werd het door de orgelbouwer overgenomen en in 1760 opnieuw verkocht aan deze kerk, waar het onder licht gewijzigde vorm door hem werd opgesteld in 1761. De orgelkast heeft de vorm van een lier en is bekroond met het borstbeeld van de H. Marinus . Het orgel werd voor het laatst gerestaureerd in de jaren 1979-1981 door de firma J.P. Draps.

Beide zijaltaarschilderijen en de kruisweg werden geschilderd door Ninovieter Pierre De Clercg in 1858.

Het koorgestoelte, en groot deel van de lambriseringen in koor en kerk, en de kerkmeesterbanken, dateren uit het einde van de 18e eeuw.

De neogotische hoofdaltaartafel uit de 19e eeuw is van de hand van Mathias Zens uit Gent. Het retabel geeft een voorstelling van engelen met tamboerijn, het Laatste Avondmaal en Golgotha.

De grafnis van Steven Van Liedekercke (+1530), heer van Heestert en Van Zulte, en van zijn echtgenote Florentine Wielant (+1506), bevindt zich in de noordelijke koorwand en zit verborgen achter de eikenhouten lambrisering uit het einde van de 18e eeuw. Op de achterwand is een opschrift in het Nederlands geplaatst, de boog is versierd met de acht wapenkwartieren. Het is merkwaardig dat de decoratieve elementen verwijzen naar de renaissance en niet meer naar de Gotiek. De uitspringende lijst op het muurvlak is weggekapt. Een vergelijkbare grafnis van de familie de Liedekerke, uitgewerkt in Gotische stijl, bevindt zich in de kerk van Denderleeuw.

Tegen de oostgevel van het koor is een grafsteen geplaatst van Charles Philippe de Liedekercke (+1626), met voorstelling in reliëf van de afgestorvenen en acht kwartieren van de families Liedekercke, Labare, Gracht, Thiennes, D’ongnyes, Rybempré, Rosinbois en Helbault. Charles-Philippe is afgebeeld als militair, nl. als ridder van de militaire orde van Sint-Jacob. Het is de bedoeling aan deze merkwaardige grafsteen een meer beschermd onderkomen te bezorgen.

Rechts naast het hoofdaltaar in het koor bemerkt men nog de grafsteen van pastoor Johannes Van De Velde (+1763) en her en der zijn er in de kerk nog sporen van oude begravingen.

Sint-Jozefkerk Edixvelde

Bron: www.kerkeninvlaanderen.be

Op initiatief van een daartoe in 1957 opgerichte vzw werd deze hulpkerk ontworpen door architect De Vloet uit Melle. In 1960 werd in de wijk Edixvelde de eerste steen gelegd van de eenvoudige zaalkerk in modernistische stijl met losstaande klokkentoren. De hoofdgevel wordt gesierd door een gestileerde afbeelding van de patroonheilige Sint-Jozef. Een aantal devotiebeelden verrijkt het interieur.

Beygaerts hof

Bron: Astrid Van Damme leerling Sint-Maarteninstituut te Aalst
Met dank aan Hans Keymeulen, leraar geschiedenis SMI- Aalst

 

De hoeve bevindt zich in Nieuwerkerken, Achtermaal. Deze bochtige straat is de best bewaarde getuige van het voormalige landelijk karakter van deze gemeente, alhoewel er de laatste jaren veel nieuwe gebouwen zijn bijgekomen.

De hoeve:

De gesloten hoeve is ingeplant in een bocht. Het bevat bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen). De gebouwen staan gegroepeerd rondom een vierkant gekasseid erf, dat stamt uit de 19de eeuw. Het eenlaagse woonhuis staat ten Noordwesten.

Eens de overdekte poort binnengetreden, bevindt men zich op de binnenkoer. Rechts bevindt zich de schuur, links de vroegere koeienstal met daarnaast de woning. De paardenstal ligt in het verlengde van de woning, tegenover de koeienstal bevinden zich de overige stallen.

Het is opvallend dat de schuur de overige gebouwen domineert, omdat ze het laatst gebouwd is?

Hier triomferen geen tintelende kleuren zoals bij de Noord-Vlaams boerderijen. Alle poorten en deuren langs de buitenzijde zijn groen geverfd, de poorten en deuren die op de binnenkoer uitkomen, uitgezonderd de voordeur van de woning, hebben een lichtgrijze kleur.

Opvallend is:

- De zandstenen deuromlijsting en bovenlicht die stamt uit de 18e eeuw, behoorde duidelijk niet tot de landelijke bouwgewoonten in onze omgeving. Deze zandsteen is waarschijnlijk opnieuw gebruikt, net zoals ook de eiken balken in de schuur.
- Wat wel nog voorkomt op andere boerderijen en dus ook hier is een sierlijk geprofileerde kroonlijst, beter bekend onder de naam muizentrap. Deze komt voor op alle gebouwen behalve op de woning zelf. De woning werd in 1932 voorzien van een bepleisterde gevel.

Beschrijving van de geschiedenis van de boerderij:

De huidige gesloten hoeve heeft zich ontwikkeld uit de hoeve met losse bebouwing. De gebouwen werden vroeger afzonderlijk gebouwd, zodat bij brand de hoeve niet volledig in de vlammen opging.

De hoeve bestond eerst uit twee afzonderlijke gebouwen die in L-vorm opgesteld waren. Later werden de schuur en stallen bijgebouwd zodat de hoeve een gesloten vorm kreeg.

Net zoals bij andere gesloten hoeven zien we ook hier nog duidelijk de sporen van losse bebouwing in bijvoorbeeld de verschillende bouwhoogten en breedten.

De hofstede bestond rond 1850 uit een woonhuis, stal, schuur, tuin en boomgaard met een totale oppervlakte van 39a 40ca. De schuur van deze hoeve, daterend van 1912 is een typische dwarsschuur, waarin gewoonlijk twee tassen (den groten en den kleinen schuurwinkel) voorkomen. Tussen deze twee tassen bevindt zich de dwarse doorrit. Waarschijnlijk stond op de plaats van de huidige schuur vroeger een lemen schuur. De laatste renovatie aan de woning dateert van 1932. Toen werd de kelder dichtgemaakt en verdween ook de kelderkamer.

Werkzaamheden van de hoeve:

Over het algemeen zijn gesloten hoeven ingericht voor een gemengd bedrijf. Op deze boerderij werd graan, tarwe en rogge geoogst. De laatste eigenaars die de boerenstiel uitoefenden hadden eveneens 4 melkkoeien, een stuk of vier vetbeesten, een varken en twee paarden die het land moesten bewerken.

Bewoners/ eigenaars van de boerderij:

In 1855 was de hoeve in bezit van Petrus Van Reepingen en Carolus Ludovicus Roels; beide landbouwer te Nieuwerkerken.
Later komt de hoeve ten volledige titel aan Carolus Roels (°1820- 1904) die ondertussen getrouwd is met Melanie Van Daelem(°1824 Iddergem- 1878).
Na het overlijden van Carolus Roels verkavelen de vier kinderen van dit echtpaar op 24 maart 1904 de onroerende goederen, waaronder 'eene behuisde en bestalde hofstede met boomgaard en huis gestaan en gelegen te Nieuwerkerken, Wijk Mael; groot 39a 40ca, palende zuid aan de steenweg, oost het huisje, oost en noord aan de kinderen Domien Van Sande en west de heer Ducaju.'
Deze komt toe aan Eugenia Elina Roels (°1865-1912), onder bemachtiging van haar man Petrus Franciscus Beygaert (°1865-1933). Ze trouwden in 1893.
Het gezin van Eugenia en Petrus had vijf kinderen: Rufien (1890-1914 oorlogsslachtoffer), Irma (1894-1984), Arthur (1896-1929), Cyrille (1901-1938) en Judith (1903-1987).
Rufien Beygaert (1820-1914) was een oorlogsslachtoffer en gewettigd kind van Eugenia Roels.
In 1935 komt de hoeve door erfenis in het bezit van Cyrille Beygaert, gehuwd met Anne-Marie Langendries (°1908-1937). Doordat dit echtpaar geen kinderen had komt de boerderij toe aan zijn zusters Irma getrouwd met Jozef Langendries (°1893-1972) en Judith (ongehuwd).
In 1951 schenken de zuster de hoeve aan respectievelijk hun zoon en neef, Rufin Langendries (°1922-1982) gehuwd met Christiana De Wint (°1928).
Nu wordt de hoeve bewoond door een dochter van Rufin Langendries nl. Elienne Langendries (°1953) getrouwd met Michel Van Damme (°1948) en kinderen Astrid (°1987) en Thomas (°1990).

Oude straatnamen

Op 01/01/2004 wijzigden een aantal straten van naam.

Oude straatnaam gevolgd door de nieuwe straatnaam

Bosveldstraat (Vlierbestraat)

Brouwerijstraat (Ankerstraat)

Dorpsstraat (Nieuwerkerken-Dorp)

Dorpsplein (Nieuwerkerken-Dorp)

Groenstraat (Lippenshofweg)

Kapellestraat (Désiré Souffreauweg)

Kasteelstraat (Louis Callebautstraat)

Kerkstraat (Maaldreef)

Kerkhofstraat (Patrick Lanckmanstraat)

Lange Haagstraat (Sintelstraat )

Marktweg ( 't Vestjen )

Merestraat (Blauwenbergstraat)

Molenstraat (Tolstraat)

Molenweg (Spechtweg)

Nachtegaalstraat (Vlaamsegaaistraat)

Pennestraat (Papaverstraat)

Sint-Annastraat (Nieuwenbroekstraat)

Veldstraat (Luc Schampstraat)